Home leren schaken De CD Schaakboeken Superschaak Spelletjes Meesterlijk Spelregels Schaakspelletjes Schaaksets Vragen Spelenderwijs Boeken en cd

Vragen over de Spelregels

Home Door de vlag

  Vraag:

Beste schaakmeester P.,

 

In een snelschaakpartij (ieder 7,5 minuut) zette ik mijn tegenstander schaak. Vervolgens zette zij mij schaakmat, terwijl zij nog steeds schaak stond. Ik dacht, ik ben aan zet, dus ik sla haar eerst koning (bij onze snelschaakpartijen mogen we de koning nl. slaan). Mijn tegenstander zegt dat het niet mag, omdat ik mat stond en claimde de winst.

Maar je moet toch altijd eerst schaak opheffen? Of kan je inderdaad mat gaan, terwijl de tegenstander nog schaak staat? Oftewel, ook al sta je schaak, je kunt dan toch je tegenstander mat zetten?

Ik ben benieuwd naar je reactie.

R.J.

 

FIDE-Regels voor snelschaak


C1. Bij snelschaak moeten alle zetten
worden gedaan binnen een vastgestelde tijd,
minder dan 15 minuten per speler.
C2. Partijen worden gespeeld volgens de
Regels voor Rapidschaak van aanhangsel B,
tenzij hier anders is bepaald in de volgende
Regels voor het Snelschaak.
C3. Een onreglementaire zet is voltooid zodra
de klok van de tegenstander aan de gang is
gebracht. De tegenstander mag dan echter de
winst claimen voordat hij zelf een zet doet. Als
de tegenstander de koning van de speler nooit
mat kan zetten, door welke reeks reglementaire
zetten dan ook (zelfs bij het slechts mogelijke
tegenspel), dan is hij gerechtigd remise te
claimen alvorens zijn eigen zet te doen. Wanneer de tegenstander zelf een zet heeft gedaan, dan kan een onreglementaire zet niet meer worden hersteld.

  De regels voor het snelschaken zijn enkele jaren geleden aangepast. Voorheen mocht de koning geslagen worden als er een schaakje over het hoofd gezien werd. Tegenwoordig moet degene die ziet dat zijn tegenstander het schaak niet opgeheven heeft, de klok stil zetten en de overwinning claimen. Doet hij daarbij nog wel zelf een zet, dan mag de ander zelfs claimen! De wereldschaakbond staat dit voor omdat er zo geen onreglementaire zetten meer gespeeld worden.
Als je onverhoopt allebei mat staat hangt het ervan af wie het het eerst heeft vastgesteld. Hebben beide spelers het tegelijk of helemaal niet vastgesteld, dan kan een scheidrechter niets anders doen dan onbeslist (=remise) toekennen.

En wat betreft je andere vraag: nee, natuurlijk kun je niet mat gezet worden als je tegenstander schaak staat.
 

Interessant zijn nog deze regels uit aanhangsel B (rapidschaak):

4. Zodra een speler drie zetten heeft gedaan
kan hij geen claim meer indienen met betrekking tot een onjuiste beginopstelling, een verkeerd geplaatst schaakbord of de instelling van de klok.
In het geval van omgekeerde plaatsing van
koning en dame is rokeren met deze koning niet
toegestaan.
B5.
a) De arbiter moet slechts een beslissing
nemen volgens artikel 4 (het aangeraakte stuk)
als hem dit wordt gevraagd door een of beide
spelers.


 

 

 

 

     
     
     
 

Klik hier voor de regels van doorgeefschaak

Vragen van bezoekers
  Na jaren komt er iemand die kan verklaren wat het Bodenmate is (Vraag van Harry Veen hieronder). Het blijkt om Boden's Mate te gaan. Robin Reynaert stuurde een mailtje met de uitleg. Tevens vertelde hij wat meer over Boden:

Ik wilde nog even eraan toevoegen dat Boden's mate zijn naam te danken heeft aan Samuel Boden (1826 – 1882), een Engelse schaakmeester.

In de partij Schulder-Boden, London 1853 geeft hij op de beschreven manier mat in 2.
In de partij McDonell-Boden, Londen 1859 komt een mooie variatie op dit thema voor.
Zwart offert weer zijn dame, om de vijandelijke koning tenslotte op een sublieme manier
geforceerd mat te zetten met behulp van de loper en de overgebleven stukken.
Beide partijen zijn zeker de moeite waard om na te spelen!

"Boden's mate staat voor het matzetten met twee lopers.
Hier volgt een kenmerkend voorbeeld dat zich vaak voordoet op de damevleugel:

Kc1 Dc2 Lf1 Lf4

Kc8 Td8 Pd7 pi a7 b7 c6

1. Dxc6!! bxc6
2. La6 mat

Ik schaak nu ongeveer zo'n 3 jaar heel fanatiek en zit sinds vorig jaar bij RSR Ivoren Toren.
Ik heb tot nu toe 3 partijen voor de RSB gespeeld in klasse 3A met een TPR van 1636."     [Robin Reynaert]


 

 
  Beste schaakmeester, wij zijn op een toernooi geweest. Daar hadden ze het over weerstandspunten en S-B-punten. Wat zijn dat? O ja, en wat krijg je voor een bye?

Bert en Richel

Beste toernooigangers, op toernooien heb je om te beginnen een plaatsingsnummer. In principe krijgt degene van wie men denkt dat hij/zij het beste is, nummer 1. In de eerste ronde speelt nummer 1 dan tegen nummer laatst óf tegen de middelste. Zo begint het toernooi met een hele sterke schifting.

 

Zo worden er twee of drie rondes gespeeld, met dien verstande, dat iemand die gewonnen heeft speelt tegen een andere winnaar. Iemand die remise heeft gespeeld tegen een ander met remise, enzovoorts. Na een paar rondes gaan de weerstandspunten een rol spelen.

Weerstandspunten zeggen hoe sterk je tegenstanders zijn (geweest). Dus als je van iemand wint die 3 punten heeft, krijg je meer weerstandspunten dan als je wint van iemand met 2½ punt. Aan het eind van het toernooi worden alle weerstandspunten herberekend. Dan heb je dus meer aan een remise tegen iemand die op de vijfde plaats geëindigd is dan aan een remise tegen iemand die op plaats 13 is geëindigd. Zelfs een nederlaag tegen een hooggeplaatst iemand levert meer op dan een nederlaag tegen de hekkensluiter.
  Behalve de weerstandspunten wordt er - als dat nodig is - gekeken naar de Sonneborn-Berger-punten, de S-B-punten waar jullie naar vroegen. Sonneborn en Berger waren twee Zwitsers die dit systeem (het 'Zwitserse systeem' in de negentiende eeuw bedacht hebben.  
Vragen van bezoekers    
  Beste schaakmeester, wij hebben een vuurhete discussie gehad. Dus willen wij u iets vragen. Kan je bij schaken de koning slaan?

Bas, Raymon en Casper

 
    Beste jongens, een kort antwoord op jullie ‘vuurhete discussie’ is: Nee! De koning wordt niet geslagen! Maar het idee op zich is niet gek. Ik zal het uitleggen.
  Bij het schaken gaat het om het ‘veroveren’ van de koning van de tegenstander. Het is echter niet de bedoeling dat iemand ‘zomaar’, bijvoorbeeld door slecht op te letten, zijn koning verliest. Daarom is het gebruikelijk te zeggen dat je de koning aanvalt. Je zegt dan ‘schaak!’ De ander krijgt dan de gelegenheid om zijn koning te redden. Lukt dat niet, dan heeft hij verloren. Hij moet dan opgeven en dat doet hij door bijvoorbeeld de koning om te leggen, of de tegenstander een hand te geven en te feliciteren (‘Jij wint!’) of door gewoon te zeggen, ‘ik geef het op’.  

Het leuke is dus, dat de situatie écht hopeloos moet zijn. Doordat de aangevallen koning gewaarschuwd wordt, gaat het er echt om, wie het beste plan kan verzinnen en niet wie het snelste is of wie het beste oplet.

 

Overigens is het niet verplicht te zeggen dat de koning schaak staat. Als je nu de koning van de tegenstander aanvalt, en hij merkt het niet, dan kan hij een zet doen waarbij de koning schaak blijft staan. Maar zelfs dan krijgt hij de kans het nog te proberen. Hij mag dan de zet terugnemen en iets anders doen om de koning te redden. Daarbij geldt wel de regel: aanraken is zetten.

Als wit bijvoorbeeld zwart schaak zet en zwart ziet het niet maar verzet zijn dame, dan moet zwart daarna proberen met de dame het schaak op te heffen. Als dat niet kan, maar het schaak kan wel op een andere manier opgeheven worden, mag zwart in plaats van de damezet een andere zet doen.

Dat geeft een hoop gedoe, vandaar dat de meeste schakers ‘schaak!’ zeggen als ze de koning aanvallen. Dan weten beide partijen waar ze aan toe zijn. Als de koning schaak staat en de speler weet er niets aan te doen, moet hij opgeven. Hij moet natuurlijk zelf die zet verzinnen. Het kan dus zijn, dat iemand schaak staat, en geen oplossing weet. Dan heeft hij verloren. Zelfs al is het voor de omstanders geen mat. Mat sta je pas als je koning schaak staat en je er niets tegen kunt doen.

 

    Verliezen doe je dus, als de ander je koning gevangen kan nemen. De koning wordt niet geslagen,  maar de partij die het schaak niet op kan heffen, verliest. Veel succes met schaken verder!  

PieterJan Mellegers 

 
Ik heb deze week een schaakbord gekocht en we zijn thuis vrolijk begonnen met schaken, nu rees er echter 1 vraag die niet uit het instructieboekje te halen valt nl. mag een pion ook schuin naar achteren slaan???? Ik weet dat het een wel heel simpele vraag is, maar uiteindelijk is iedereen vanaf 0 begonnen! Ik hoop dat u mij antwoord kunt geven op deze vraag.
m.v.g.
 Jeroen en Annemieke Dols

Beste Jeroen en Annemieke,

Een pion mag alleen naar voren en slaat ook naar voren, maar dan wel schuin. Ook bij en passant slaan gaat de pion schuin naar voren. Hieronder wordt en passant slaan nader uitgelegd.

Met vriendelijke groet,

PieterJan Mellegers

 

     
 
HOi Pieterjan,

Ik ben beginnend schaker en ik heb de volgende vraag.

Mijn koning staat schaak door een paard. Ik heb een paard waarmee ik dat paard weg kan halen en de schaak dus ook, mag dat? En mag de koning onder schaak zelf ook slaan om de schaak weg te halen? hoogachtend Mathijs O.

Beste Mathijs,

Als je schaak staat kun je dat op drie manieren opheffen:

  1. door met de koning weg te gaan
  2. door een stuk tussen de aanvaller en de koning te plaatsen
  3. door de aanvaller te slaan

Aangezien de aanvaller hier een paard is, gaat de tweede manier niet op: een paard springt over andere stukken heen! Dus moet je óf weglopen, óf het paard slaan. Als dat allemaal niet lukt, sta je mat en heb je de partij verloren.

Groeten van PieterJan Mellegers

 

     
 

Goedenavond Pieterjan,

 Als docent probeer ik een paar leerlingen ook wat bij te brengen over schaken. Vanwege verschillende achtergronden heb ik hier en daar ook wat Engelse boeken gebruikt, maar ik kom niet altijd tot een goede vertaling van de gebruikte termen. Zou jij me kunnen helpen of weet jij iemand die me kan helpen? 

Het gaat om de termen scholarsmate en Bodenmate. Ook zit ik met de term "grasmaaiermat", gebruikt voor het mat zetten met twee torens.

Dan over velden: je hebt safe-fields, unsafe-fields en safe-enough-fields, de laatste is ook weer lastig te vertalen.

 Ik hoop dat je me op weg kunt helpen, bij voorbaat dank, met vriendelijke groet,

 Harry Veen

 

Beste Harry, leuke vragen stel je, ik zal me er in verdiepen. Spontaan ken ik alleen scholar’s mate (=herdersmat). Op wat voor school geef je les en waarom gebruik je Engelse boeken? Ik verdiep me in de andere woorden. Kwam je via mijn site bij mij terecht of ben je een Zeeuwse kennis van vroeger (ik heb zeven jaar les gegeven in Goes)?

Met vriendelijke groet,

PieterJan

 

 

 

Voorbeeld van wat tegenwoordig wel eens grasmaaiermat genoemd wordt, met een koning op e4:

1.    Ta1-a3; Kf4 2 Th1-h4; Kg5 3. Th4-b4; Kf5 4. Ta3-a5; Ke6 5. Tb4-b6; Kd7 6 Ta5-a7; Kc8 7 Ta7-h7! (met Tb8 verspeel je een toren) Kd8 8 Tb8 mat. Je ziet dat er een patroon ontstaat zoals op een voetbalveld, waar het gras in banen van links naar rechts en banen van rechts naar links is gemaaid.

 

 

Beste Harry, ik ben nog op zoek naar Bodenmate. Grasmaaiermat hoor ik tegenwoordig wel eens van jonge schakers(, net als de flits): met twee torens zet je de koning mat door steeds één baan gras voor zijn voeten weg te maaien. Gras betekent hier dan: ruimte om te bewegen. Je hebt bijvoorbeeld een toren op a1 en op h1. Dan verplaats je de torens naar a2, h3, a4, h5, a6, h7 en a8 mat! Het enige waar je voor op moet passen is, dat de koning een van de torens aan kan vallen. Dan moet je die toren naar de andere kant van het bord overbrengen.

[zie voorbeeld rechtsboven]

 Safe fields zijn ‘sterke’  velden. Sterk en zwak is afhankelijk van het feit, of het veld aangevallen kan worden door een pion. Als er geen a-pion meer is, zijn bijvoorbeeld alle velden op de b-lijn potentieel sterk. .

 

Leerlingen van de schaakschool bij een toernooi in Nieuwegein

 

Meer vragen op vragen

Beste PieterJan,

 Bedankt voor je reactie. Ik ben het met je eens over de logica van het woord grasmaaiermat, het is leuk gevonden, zeker voor een jeugdboek. Het Bodenmate blijft voor mij ook een raadsel. Zou er een verband kunnen zijn met bode, bedoeld als loper? Dan zou het eventueel via een Duits jeugdboek in het engelse boek terecht gekomen kunnen zijn. Klinkt wat ver gezocht, laat het wat mij betreft rusten, vooral omdat het slechts als tekst voorkomt, er zijn geen zetten of een partij bij.

De sterke en zwakke velden zijn mij ook bekend, het gaat mij eigenlijk om een mooie vertaling van het safe-enough field, zo die reeds bestaat. Zo niet, dan kunnen we natuurlijk zelf iets bedenken. 

Ik ben benieuwd naar verdere berichten!

 

hallo PieterJan,

Sinds een week kunnen mijn dochter (10 jaar) en mijn zoon(7 jaar) schaken. Tenminste ze beweren dat ze het kunnen!!

Ze hebben een paar keer goed naar de film "Lang leve de koningin"gekeken en een vriendje van 8 jaar heeft hen het e.e.a. bijgeleerd. Ik was eigenlijk op internet op zoek naar de beginners spelregels maar kom alleen hele moeilijke partijen tegen, waar wij nog lang niet aan toe zijn. Weet jij een pagina met de spelregels of kun je een leuk boek met regels adviseren??Ik heb het zelf nooit geleerd en vind dat nog steeds een gemis. Op koninginnedag hebben we een echt bord en stukken gekocht, voor €  6.50! Met vriendelijke groeten, Lenneke Pleij

 

 
 

 

Beste Lenneke, leuk dat je kinderen het schaakspel ontdekt hebben! Hetzelfde is gebeurd met mijn oudste zoon, voor wie op een gegeven moment Stratego te simpel werd. Ik heb hem toen schaken geleerd, maar ik had nooit verwacht dat hij zo fanatiek en zo goed zou worden. Door hem ben ik ook een enthousiast schaker geworden.

Ik neem aan dat je mijn adres hebt gevonden op mijn website. Daar staan al diverse tips voor boeken en cd-roms. Heb je die al gezien? Verder bestaat er van Lang leve de koningin ook een boek, waar achterin ook nog de regels uitgelegd worden. (uitgeverij Leopold).

Op mijn site leg ik enkele van de moeilijkere regels uit, zoals promoveren en rokeren (rocheren) en en-passant slaan.

Op de televisie wordt regelmatig de serie Iedereen kan schaken (met Graaf Schacula) uitgezonden. Ik gebruik die ook in mijn lessen op een basisschool. De kinderen vinden die fantastisch. Je kunt de uitzendtijden o.a. vinden bij de stichting Teleac.

Je kunt echt goed leren schaken met de Stappen-cursus van de KNSB. Die is te krijgen als lossen boekjes en op een cd-rom. Ook dit staat op mijn site.

Een ouderwets maar goed boekje is ook Oom Jan leert zijn neefje schaken van Max Euwe. Het wordt al tientallen jaren herdrukt (net als Pietje Bell, Kruimeltje, de Kameleon en andere jeugdboeken; deze schijnen het eeuwig leven te hebben!).

Buurthuizen organiseren ook van tijd tot tijd schaakcursussen, ook voor volwassenen. Je bent nooit te oud om het te leren, en te jong ook niet gauw. De leeftijd van jouw kinderen is prima om met schaken te beginnen. In Nieuwegein is er een schaakschool in buurthuis De Boog in de wijk Galecop.

Ik hoop dat je hier wat aan hebt. Als je nog meer vragen hebt mail je maar.

Met vriendelijke groeten,

PieterJan Mellegers

  PS kijk eens bij de schaaklinks! Ook Peter legt de regels van het schaakspel uit!  
     
  Pionzetten:
  1. een pion gaat altijd vooruit, nooit achteruit
  2. een pion mag de eerste zet twee velden vooruit, maar het hoeft niet
  3. een pion gaat verder één veld recht vooruit, behalve als hij een ander stuk slaat
  4. als een pion slaat, gaat hij schuin vooruit
  5. bij en passant slaan gaat de pion schuin achter het stuk dat hij slaat. En passant slaan wordt hieronder apart uitgelegd.

 

 
     
 

En passant slaan (1)
  • als een witte pion op de vijfde rij gekomen is, kan een zwarte pion hem passeren door twee velden vooruit te gaan (zie diagram, de witte pion is op h5 aangekomen, de zwarte pion mag nu g7-g5 doen)
  • in dit geval zou de zwarte pion ongehinderd door kunnen lopen
  • daarom mag de witte pion een zwarte pion slaan, als die met één zet twee velden vooruit gegaan is en daarmee naast hem komt

 

     
 

 En passant slaan (2)
  • de zwarte pion is naast de witte gekomen
  • meteen hierop volgend (maar alleen op de eerstvolgende zet!), mag de witte pion de zwarte slaan
  • daarbij gaat de pion naar het veld achter de zwarte pion (g6)
  En passant slaan (3)
  • als een zwarte pion van rij 5 naar rij 4  is gegaan, kan een witte pion hem passeren
  • als de witte pion de zwarte passeert door in één zet van rij 2 naar rij  4 te gaan, mag de zwarte pion de witte slaan, ook al staan ze niet schuin tegenover elkaar, maar naast elkaar
  • de witte pion komt achter de plaats van de zwarte pion te staan. Uiteraard wordt de zwarte pion van het bord gehaald, want hij is geslagen

     

 

Artikel 10.2

Robert Beekman

 Op de voorganger van deze website had Robert Beekman van de schaakclub Utrecht uiteengezet dat het artikel 10.2 in de praktijk betekent, dat de beste schaker van de club de scheidsrechter moet zijn, want je moet kunnen doorzien of iemand op winst speelt dan wel heen en weer schuift om op tijd te winen.  Nadat de KNSB het artikel in het reglement overgenomen had, heeft hij een aanvullende beschouwing geschreven.  PJM

 Vorig jaar had ik een artikel geschreven over artikel 10.2. Het bleek een groot succes te zijn, want nadien werd de wedstrijdleider meerdere malen geconfronteerd met het te pas en meestal te onpas claimen van remise in doorgaans slechtere of verloren stelling.

 Inmiddels is het Fide Reglement 2000 verschenen, is dit FIDE reglement vertaald naar het Nederlands, en heeft de KNSB over het een en ander een standpunt ingenomen. En met name 10.2 is in het nieuwe reglement veranderd. Een mooie aanleiding om dit artikel 10.2 opnieuw in het voetlicht te zetten.

 Eerst echter de letterlijke (nieuwe) tekst van 10.2.

 Artikel 10: Versneld beëindigen

10.1 “Versneld beëindigen” betreft de laatste fase van een partij waarin alle resterende zetten moeten worden gedaan in een begrensde bedenktijd.

10.2 Als de aan zet zijnde speler minder dan 2 minuten op zijn klok over heeft, dan mag hij remise claimen voor zijn vlag valt. Hij moet de klokken stilzetten en de arbiter waarschuwen.

a) Als de arbiter er mee instemt dat de tegenstander geen poging doet de partij op een normale manier te winnen, of dat het niet mogelijk is om op een normale manier te winnen, dan moet hij de partij remise verklaren. Anders moet hij zijn beslissing uitstellen.

b) Als de arbiter zijn beslissing uitstelt, dan kan aan de tegenstander 2 minuten extra bedenktijd worden toegewezen en gaat de partij verder in aanwezigheid van een arbiter, indien mogelijk. De arbiter dient de uitslag mee te delen nadat er een vlag is gevallen.

c) Als de arbiter de claim heeft afgewezen krijgt de tegenstander twee minuten extra bedenktijd toegewezen.

d) De beslissing van de arbiter inzake de artikelen 10.2 a, b en c is definitief.

 Nogmaals, het claimen van remise is alleen mogelijk in de fase van versneld beëindigen. Dat wil zeggen, in het kwartiertje dat dus uitgevluggerd wordt. Op zet 39, of bij de KNSB wedstrijden in de tweede cyclus van 20 zetten voor een uur op zet 59, kan dus geen remise geclaimd worden volgens 10.2.

 Wat ook hetzelfde gebleven is, is de procedure. Die luidt: als je zelf aan zet bent moet je de klok stilzetten voordat je zelf een zet hebt gedaan, de wedstrijdleider er bij halen en remise claimen. Dus niet terwijl de klok nog loopt roepen dat je remise claimt, en al helemaal niet (wat ook gebeurd is) in de tijd van de tegenstander door de zaal roepen dat je remise claimt. Dit laatste kan, en zoals je hierboven leest MOET zelfs bestraft worden met een tijdstraf (twee minuten minder of meestal de tegenstander twee minuten er bij). 

Wat wel veranderd is, is de besluitvormingsprocedure. In het FIDE reglement van 1997 werd veel opengelaten en overgelaten aan het schaakgevoel van de wedstrijdleider. Nu wordt, en ik moet zeggen dat dit een hele verbetering is, de wedstrijdleider drie mogelijkheden gegeven. De wedstrijdleider kan het er mee eens zijn, en dan wordt de remiseclaim toegewezen. De wedstrijdleider kan de claim afwijzen en DAN WORDT DUS DEGENE DIE CLAIMT BESTRAFT MET TIJDWINST VOOR DE TEGENSTANDER. En de wedstrijdleider kan nog even aankijken. In dat geval houdt de wedstrijdleider wel zijn mond, want het reglement schrijft voor dat eerst gewacht moet worden tot een vlag gevallen is. Dan moet dus het besluit van de wedstrijdleider medegedeeld worden.  

Dit betekent allereerst dat degene die claimt dit niet zomaar voor de lol kan doen, of vanuit de gedachte “ik sta toch verloren en misschien wordt het nu wel remise want ik heb met de claim toch niets te verliezen”. Wie deze sport wil beoefenen zal merken dat er wel degelijk wat de verliezen valt.

 Ook als de wedstrijdleider het nog even wil aanzien, heeft deze de mogelijkheid om degene die claimt te bestraffen door de tegenstander twee minuten extra te geven. Dit zal dus waarschijnlijk moeten gebeuren als het een dubieuze claim is.

 De basis van het besluit om remiseclaims al dan niet toe te kennen.

 Een belangrijke vraag is en blijft op basis waarvan de wedstrijdleider in moet stemmen met een remiseclaim.

 In het nieuwe reglement is naar voren geschoven dat een belangrijk element hierin de vraag is of de tegenstander al dan niet een poging doet om tot winst te komen. Dit betekent dat het doelloos heen en weer schuiven van de tegenstander een belangrijk besliscriterium is om een remiseclaim al dan niet toe te kennen. Ook al staat de tegenstander bij wijze van spreken twee torens voor en huizenhoog gewonnen, dan zou dit nog voldoende kunnen zijn om remise toe te kennen, want “hij heeft wel twee torens meer maar schuift mij door mijn klok heen met doelloos spel”.

De vraag of de tegenstander een poging doet om te winnen is echter niet het enige criterium. Er wordt ook gezegd (lees 10.2.a opnieuw) dat remise toegekend kan worden als het niet mogelijk is om op normale wijze te winnen. Let wel: er staat niet of de tegenstander op REGLEMENTAIRE wijze kan winnen (Koning Loper tegen Koning bijvoorbeeld). Er staat: als het niet mogelijk is om op NORMALE wijze te winnen.

En wat is normaal? Daar wordt niets over gezegd. En uiteraard biedt dit weer voldoende stof voor discussie. Ik zou zelf zeggen dat de stelling dusdanig remise moet zijn dat alleen blunders of meerdere fouten de partij uit handen geven. Een speler moet wel een kans krijgen om toch nog te kunnen proberen in remisestelling op winst te spelen. Anders wordt deze bestraft voor het feit dat de tegenstander toevallig minder dan twee minuten op de klok heeft.

 Echter, stel dat wit een dame en koning heeft en zwart een koning en twee pionnen, niet verder dan de vierde rij. Wit heeft minder dan twee minuten. Wit raakt in paniek en het lukt hem niet om mat te zetten. Hij claimt remise en denkt dan in ieder geval het halfje in bezit te hebben. Maar de intern wedstrijdleider zou dit kunnen afwijzen met als reden dat, zolang zwart een poging blijft doen om te winnen, dat wil zeggen een poging doet om met de pionnen naar voren te gaan, de partij door moet gaan. Ik heb zelfs begrepen dat een aantal wedstrijdleiders dit standpunt ook zijn toegedaan.

 Ik ben het er zelf in elk geval niet mee eens. Want het tweede besliscriterium is de vraag of de partij op normale wijze door de tegenstander gewonnen kan worden. En die kans is dus nul komma nul. Dat wit de dame weggeeft of niet er in slaagt eeuwig schaak te houden is nagenoeg onmogelijk. Dus ik geef de claimende witspeler met dame tegen zwart met koning en twee pionnen wel remise.

 Verder speelt er nog een addertje onder het gras een rol. Een bekende wedstrijdtechniek is de stelling uitmelken. Timman heeft er mooie dingen over gezegd. De kern van zijn betoog is dat het handig is om in remise achtige stellingen of stellingen met een klein of groter voordeel eerst een tijdje doelloze zetten te doen. De tegenstander wordt zo murw gespeeld en snapt niet waar de ander mee bezig is. Deze werkwijze kan helpen om fouten uit te lokken of zelfs fouten te forceren. Ook Anand heeft wel eens gezegd dat het nuttig is doelloos te spelen. Gewoon wachten tot de tegenstander een fout maakt en dan keihard het puntje binnenhalen. Is hij trouwens ook goed in.

 Timman en Anand zouden het beter maar niet opnieuw moeten proberen, want als de tegenstander minder dan twee minuten heeft wordt dit bestraft met remise. Uiteraard is wat ik hier zeg volkomen flauwekul. Maar het geeft wel aan wat problematisch is aan artikel 10.2. Dus de tegenstander gaat ondoelmatig mijn zijn eigen tijd om en wordt vervolgens beloond als de tegenstander het dan even rustig aan doet? Juist omdat hij ondoelmatig met de tijd omging? En dan moeten Timman en Anand maar niet hun gevreesde melktechniek laten zien maar efficiënt progressie in hun stukken moeten demonstreren?

 U begrijpt het al: de FIDE en KNSB suggereren dat het een en ander nu goed geregeld is, maar de discussie is echt nog niet afgelopen. Wel moet ik toegeven dat artikel 10.2 enorm verbeterd en verduidelijkt is.

 En de intern wedstrijdleider blijft God…

 In het vorige artikel had ik hier ook al iets over geschreven. En het frappante is nu dat artikel 10.2 volgens mij het enige artikel is waarin hier expliciet iets over gezegd wordt. Er is nu een 10.2.d toegevoegd: het woord van de wedstrijdleider is niet alleen het woord van de profeet of de stem van de orakel, het is zelfs het woord van God. 

Beroep is niet mogelijk. Niet bij een beroepscommissie, niet bij de KNSB of FIDE, nergens niet. De beslissing van de wedstrijdleider is definitief.  

Dit is een opvallende zinsnede. In de inleiding staat wel dat de wedstrijdleider moet proberen zo goed mogelijk in de geest van de reglementen te handelen, maar zo expliciet in de tekst toevoegen dat de beslissing van de wedstrijdleider definitief is, is een boude stellingname. Dit betekent dat men bij de FIDE na de perikelen van de laatste jaren kennelijk geen zin heeft in het gezeur achteraf of waar dan ook. De wedstrijdleider heeft gewoon het laatste woord en daarmee uit.

                                   Robert Beekman

 

Belangrijke artikelen uit het reglement van doorgeefschaak:

Nederlands reglement doorgeefschaak / editie 2000

Algemeen

1.1
Doorgeefschaak wordt gespeeld op twee naast elkaar liggende borden tussen twee teams.

2.1
Een speler die een vijandelijk stuk slaat is bevoegd dit door te geven aan zijn teamgenoot.

2.2
In aanvulling op de mogelijkheden volgens artikel 3 van de FIDE-regels is het een speler toegestaan een zet uit te voeren door een door de teamgenoot geslagen en doorgegeven stuk op het bord te plaatsen.

2.4
Een geslagen en doorgegeven stuk mag niet op het bord worden geplaatst als na het voltooien van deze zet de vijandelijke koning schaak staat.

2.5
Een geslagen en doorgegeven pion mag niet op de 1e of 8e rij worden geplaatst.

3.2
Als een gepromoveerde pion wordt geslagen en doorgegeven krijgt deze opnieuw de waarde van pion.

5.3
In afwijking van artikel 5.3 is de partij slechts remise door pat indien de andere partij van de wedstrijd reeds is afgelopen.

6.2
Alle vier spelers krijgen per partij 7 minuten bedenktijd, tenzij de organisatie van het toernooi anders bepaalt.

7.2
Indien een speler een onreglementaire zet voltooit maar nog niet de klok heeft ingedrukt mag de zet worden teruggenomen. Hierbij blijven de regels betreffende het aanraken van stukken (artikel 3 FIDE-regels alsmede artikel 4 van dit reglement) van kracht.

9.1
De eindscore van een wedstrijd wordt verkregen door de resultaten van beide partijen bij elkaar op te tellen.

10.1
Onder de restricties van artikel 10.1 mag een speler aan zijn teamgenoot om bepaalde stukken vragen.

10.2
Onder de restricties van artikel 10.1 mag een speler aan zijn teamgenoot toestemming vragen om op te geven, remise aan te bieden, remise aan te nemen of de tegenstander mat te zetten.

De Schaakmeester is een van de websites van PieterJan Mellegers. Andere onderwerpen: architectuur, gedichten, levendbarende tandkarpers, kunst, levensbeschouwing

Home Omhoog Door de vlag